Vorige week was ik getuige van een bijzonder gesprek in het restaurant van Van der Valk in Arnhem. Een beoordelingsgesprek aan het tafeltje naast mij. Ik werkte wat op mijn laptop en kon over mijn scherm heen zien dat er drie mannen plaats namen.

Als snel werd me duidelijk dat deze drie mannen geen vrienden waren, het waren collega’s. De manager, die ik op de rug zag, legde een stapeltje papieren tussen hem en de medewerker en sprak over gebrek aan flexibiliteit bij de medewerker: “Jij wilt niet op vrijdag werken…” zei de manager. Dit werd door de medewerker handig gepareerd met “Nou, dat wil ik wel, maar daar hebben we het toch vorig jaar over gehad? Ik voetbal in het 1e en die trainen op donderdagavond. Als ik op vrijdag moet werken dan moet ik stoppen in het 1e. Voetbal is belangrijk voor me, maar als het moet, dan moet dat”. “Kijk dit bedoelen wij nou”…mengde de HR-man zich in het gesprek “jij vindt privé belangrijker dan werk”. De medewerker, ik kon uit het gesprek opmaken dat hij chauffeur was, verdedigde zich kranig “Jij verdraait mijn woorden, ik zei … als dat moet, dat ik dat dan zou doen”. De manager nam het weer over “Ik verwacht dat je zélf het initiatief neemt om die vrijdag aan je collega’s aan te bieden. maar ik zie ik sowieso geen 24/7 mentaliteit bij jou”. Die twee kwamen er niet uit en de HR-man sprak wijze woorden “laat ik eens scheidsrechter zijn. Jullie zijn het kennelijk echt niet met elkaar eens”. Gelukkig, dacht ik. Even een adempauze voor de gewonde strijder op dit toneel. Niets was minder waar. De HR-man begon nog eens dunnetjes over te doen waar de manager al aan was begonnen. De flexibiliteit van de medewerker werd weer aan de orde gesteld. Dit begon een pijnlijk schouwspel te worden. Moest ik ingrijpen? De medewerker draaide wat op zijn stoel. “Heren…”, zei hij. “Dit is nu al mijn derde beoordelingsgesprek op rij dat ik in de avond met jullie heb, terwijl al mijn collega’s dat onder werktijd hebben. Twee jaar geleden werd het 21.00 uur vorig jaar was het 19.00 uur en nu is het alweer 20.00 uur. Ik bén flexibel”. Hij pakte zijn spullen, stond op en wenste de heren een goede avond. Ik dacht…Dit worden nooit geen vrienden.

Ik bleef na het opstappen van de mannen beduusd achter. Ging dit gesprek nu over gebrek aan Competentie van de medewerker of gebrek aan Verbinding met zijn baas? Had ik me moeten mengen in dit gesprek en deze vraag aan de manager moeten voorleggen? Voor de medewerker had ik ook een vraag in gedachten: “Als je nou al drie jaar weet dat ze jou niet leuk vinden, waarom wil je hier dan nog steeds werken?”

Misschien ging het gesprek wel over een gebrek aan Autonomie…van alle drie.